Onze autosportaktiviteiten kunnen we nog altijd bedrijven door de hulp van vele helpers en vrijwilligers. In de loop der jaren zijn dat goede vrienden geworden en helpen we dus elkaar.
Roger is een vriend uit ons dorp en in de jaren '90 reed hij ook rally. Zijn rally carrière is begonnen in een Peugeot 205. Maar na een paar seizoenen met veel problemen ging hij over naar ons huismerk en zo verkochten we Roger onze rally Corsa.
Roger zijn doel was in hoofdzaak te finishen en veel plezier te beleven. Wij, Maurice, Michel, Jo en Frank waren dan ook meestal van de partij om Roger te helpen.
Je kon stellen dat Roger eigenlijk niet veel geluk had. Voor ons als service viel er dan ook altijd wat te beleven.
Zo stonden wij aan de finish van een klassementsproef in de Belgische Rally van Looi. Het was een echte rally, wij stonden in de regen in het donker te wachten op de kleine Opel Corsa van Roger. Op een 800 meter kon je de lampen van de rally auto’s al zien en zo zagen we ineens een paar verstralers in de lucht schijnen. Op dat moment kijk ik Michel aan en dachten blijkbaar hetzelfde. Het kon niemand anders zijn, Roger had een sortie had gemaakt. Onmiddellijk werd er met een paar mensen een spurt ingezet om hem terug op de baan te zetten.
Eenmaal op de plaats des onheil aangekomen was het al vlug duidelijk dat het een onmogelijke opgave was om de auto uit de hele diepe greppel te halen. Schade had de Corsa eigenlijk niet opgelopen. De moed bij Roger en zijn co-piloot Rob was al geheel verdwenen. Tot ik plots op een idee kwam. Zo snel mogelijk werd de sleepkabel aan de voorkant vastgemaakt.
Er kwam nog een reactie van, hoe denk je te gaan trekken...? Met dat paard in het weiland?
Nee, Jo moest nog langskomen. Jo was onze andere vriend en ook deelnemer in zijn Opel Manta. Met mijn zaklamp ging ik op de weg staan om Jo tegen te houden. Nou geloof me een hele moedige daad! Als de adrenaline van Jo op zijn hoogst is moet je voorzichtig zijn. Roger en Rob hadden we de instructie gegeven om terug in de auto te gaan, helm op, gordels om….
Daar kwam het geweld, Jo vol in de remmen. Jo snapte redelijk vlug wat de bedoeling was en ik gaf hem niet de kans om in discussie te gaan. Voor hij het wist had hij, op de klassementsproef met een strijd op honderdste van seconden, een Corsa op sleeptouw.
Wie de stripalbum van Guus Flater al eens gelezen heeft kan zich een levende voorstelling maken van wat er zich er toen heeft afgespeeld.
Normaal zou je het sleeptouw eerst op spanning brengen enz. Maar Jo ging gelijk volles rohr (plank gas). De arme Corsa werd letterlijk gelanceerd. Door de enorme snelheid en iets te enthousiaste stuurcorrectie vloog hij bijna weer aan de andere kant van de weg in de greppel.
Gelukkig volgde de Corsa de achterkant van de Opel Manta en zo redens ze op sleeptouw op volle snelheid naar de finish. De eerste reactie aan de finish was, allè, knap zo een Corsake zo een Manta opduwen…
Tot de madam van de tijdwaarneming achter om de Manta liep en struikelde over….. een sleepkabel.
Het was net of Jo de Corsa vergeten was, want toen hij zijn tijdkaart eenmaal terug had wilde hij direct weer wegrijden. Alleen de Corsa zat nog vast en de madam van de tijdwaarneming werd bijna overreden door de Corsa.
Het behaalde resultaat van beide vrienden zijn we vergeten, maar dit avontuur niet!
Na de
opgedane rallylessen in Finland was het nu de beurt om alle testen in praktijk
te brengen. Samen met mijn navigator Rene Smeets uit Maasbracht en Pa Bergsteijn werd er gekeken wat het beste was voor mijn
rally carrière. De beste rallyrijders komen uit Scandinavië, dus als je je met de besten wilt meten moet je daar de strijd mee aan
gaan.
Er werd gekozen voor een rally in Noorwegen een
Omdat wij niet gewoon zijn in zulke extreme omstandigheden werd
informatie ingewonnen bij een in Noorwegen wonende Nederlander. Als
tegenprestatie voor de hulp moesten wij dan weer veel hagelslag, kaas, en
natuurlijk drank meenemen. Dat is daar niet te betalen. Een ding was makkelijk: wij hoefden alleen velgen mee te brengen want
regenbanden en slicks (profielloze banden) waren daar
overbodig. En de beste sneeuw- en ijsbanden komen weer uit Scandinavië. Voor op
ijs wordt gebruik gemaakt van spijkerbanden. In zo'n band zitten wel 200 spijkers en zonder te lekken! Het is bijna ongelofelijk dat
je op ijs bijna net zo laat kunt remmen als wij met gewone banden op een droog
wegdek. Eenmaal aangekomen in Kongsfinger gingen wij
onze concurrentie bekijken. De auto’s waren heel anders dan bij ons in
Nederland. Hier wil iedereen zijn auto verlagen en extra brede banden monteren
om een sportief uiterlijk te krijgen. In Scandinavië worden de auto’s extra
verhoogd en juist met heel smalle bandjes uitgerust. Makkelijk uit te leggen, als een lomperik met een platte voet op je tenen trapt is niet
zo pijnlijk maar als je vrouw met haar naaldhak op je voetjes staat is nogal
gevoelig. Technisch heet dat de druk per vierkante centimeter is dan groter met
smalle banden. De eerste dag van de rally was voor ons een redelijke teleurstelling want van een 150 deelnemers lagen we pas rond de 60e plaats en 20e in
onze klasse. In Nederland zaten we altijd rond de 10e algemeen en 1e in onze
klasse, wat een domper. Ik vond zelf dat ik ontzettend
mijn best deed maar als onze auto kapot ging moest ik hem zelf maken. Veel
coureurs kunnen vreselijk goed sturen maar weten niet hoe ze een
schroevendraaier moeten vasthouden. Dus was het tijd
om een babbeltje met een lokale held te maken. Half op zijn Duits een beetje
Engels, de rest was Noors maakte hij mij duidelijk dat niet alle ijs even glad
was. Aha, dat was de clou. Aan de schittering van het ijs kun je zien waar meer
grip is. Als je dan toch niet stil kwam moest je de voorkant van de auto
zachtjes langs de sneeuwmuur laten glijden. Nou, daar moest ik het mee doen. En
ja, het bleek te kloppen, eindelijk snapte ik hoe zij dat bedoelden. Ik begon
in mijn ritme te komen en klom op tot een 20e plaats en 5e in de klasse,
hiervoor was ik gekomen. Op de volgende klassementsproef rond een uur of
De eerste klassementsproef van de volgende dag sloeg ook mijn noodlot toe,
zoals onze Noorse vriend zei, als je moeilijk stil komt zachtjes afremmen in de
sneeuwmuur. Alleen bij mij zat er een dikke steen onder
verborgen en konden wij met een kapot spatbord naar huis. Gelukkig maar! Als kleine
jongen, met een vader als garagehouder zou het bijna vanzelfsprekend zijn dat
je hetzelfde pad bewandelt.
De een wil brandweerman worden de ander piloot maar ik wilde altijd iets met
auto’s doen.
Hoe is dat toch zo gekomen? Zelf heb ik een jongere broer waarvan anderen zeggen dat hij veel op mij lijkt,
maar toch zijn wij totaal verschillend van karakter en zeker op jonge leeftijd
was dit het geval.
Ik was altijd papa’s menneke, ging overal mee naar
toe, en ik vond die modderige rally auto maar wat interessant. Tot op een dag,
midden in de zomer van 1972 ( ik stam uit 1968), er buiten ons dorp Berg en Terblijt een flinke crash was gebeurd.
In die tijd werd je als lokale garagehouder ook overal bij betrokken. Vader Man
moest ook hier naar toe, en Maurice natuurlijk mee, vliegensvlug glijdend over
de achterbank. Gordels en kinderstoeltjes waren taboe. Eenmaal aangekomen op de
plek des onheil werd de schade even opgemaakt. Geen gewonden, veel glas,
kapotte aardbeien en tomaten over de straat en de betrokkenen zelf die er nogal
beteuterd bij stonden. Enfin, vader Man, een zeer streng en dominant persoon
begon alles eventjes te regelen. Ikzelf werd op veilige afstand gebracht met de
boodschap mij voorval niet verplaatsen.
Plotseling was alles opgelost. Breng de auto maar naar onze garage, dan breng
ik Bér met zijn vrouw wel eventjes naar huis, riep
Man de lokale politie toe.
Zogezegd zo gedaan. Maar plotseling werd het heel stil, brandweer weg, politie weg en papa weg!
Wat moet je doen als jong menneke van 4 jaar? Nou
gewoon beginnen te lopen. In mijn korte broek met rubberen laarsjes met
ongeveer 25 graden stapje voor stapje. Dit alles is gelukkig goed afgelopen
want plotseling kwam een oom net terug uit de stad en hij vond dat kleine
manneke verdacht veel op Mauriceke lijken.
Al is dit alles lang geleden, ik herinner het me nog goed, want het was de dag
dat ik leerde dat mama nog meer boos kon zijn dan papa. Gelukkig is
dit ook nog ergens goed voor geweest. Papa had begrepen dat hij dat met Mauriceke toch moest goedmaken. Andere vaders hadden dit
waarschijnlijk anders opgelost maar ik kreeg spontaan van pa dat kapotte Fiatje van de crash met de stukjes aardbei en tomaat nog op
de achterbank.
Mijn eerst auto wie had dat gedacht!
Opvoedkundig had hij hier toch over nagedacht. Mijn vader hoopte dat ik tenminste niet meer in de auto’s van hem deed “spelen”. In
mijn kinderalbum staan namelijk de nodige vernielingen welke ik als peuter had
aangericht. Maar hij had hiermee ook een stok achter de deur voor als ik niet
zou eten of luisteren dan dreigde hij het autootje te slopen. Bij een
rally zit een groot verschil tussen rijder en navigator. Het klinkt misschien
vreemd maar de navigator is de baas in de auto. De rijder
gehoorzaamt! Meestal dan toch. In een auto moet de samenwerking dan ook
verlopen als een ge-oliede machine. Maar wat als je
plotseling twee rijders in één auto stopt? In 1993 was ik als toeschouwer
aanwezig bij de Zuiderzee rally en zag daar gentlemen driver Michel Oprey rijden in een
supersnelle Mitsubishi Galant Turbo. Dat was dé auto
van die tijd. Maar Michel maakte nooit optimaal
gebruik van de turbo. Ik als jonge hond zou dit met zo een auto heel anders
aanpakken. Later remmen, dwars gooien en dan vol op
het gas! Dat had ik zo in gedachten. In het service park
stapte ik dan ook op Michel af en zette mijn
gedachten om in woorden. Niet wetend dat ik ze zelfs om mocht zetten in
daden. Droogjes
merkte Michel op: “Dan loat dat mer ins zeen in de ELE in Eindhoven”. Zo gezegd,
zo gedaan, hierbij maakten we de afspraak dat Michel de makkelijkere industrieproefjes reed en ik mocht mij uitleven in het zand. Beurtelings
namen we plaats achter het stuur en de ander las dan de notes. Dat is dus eigenlijk niet gebruikelijk, maar ik heb er altijd alles voor over
gehad om maar te kunnen rijden.Tijdens het
verkennen bleek al vlug dat Michel een hele andere
kijk op de autosport had dan ik. Bij elke natuursteenhandelaar of
transportbedrijf moest ik halt houden en werden de contacten gelegd voor zijn
dagelijkse broodwinning. In de namiddag ging de rally eindelijk van start maar
ik wist eigenlijk nog niet zo goed wat mij te wachten stond. Michel is
een uiterst bekwame rijder die vooral autosportervaring heeft op het circuit.
Op de industrieproeven van Welschap voelde hij zich dan ook duidelijk in zijn
element. Het voorlezen
van mijn notes maakte duidelijk geen indruk op hem en
hij reed naar wat hij zag. Ikzelf rijd altijd op de aanwijzing van de navigator
maar dat ging deze reis niet op! In de avond
begon het plotseling vreselijk te regenen en het werd vroeg donker. Michel keek twee minuten voor de start eens over
klassementsproef en riep toen: “Dit zie ik niet meer, hier rijd jij maar”! Snel, alle
papieren aan de kant, gordels los, omspringen en maar net voor de startvlag zat
ik in positie…. 5,4,3,2,1 en Go. Eerste, tweede
versnelling, Michel keek alsof hij wagenziek werd,
maar ik geloof dat hij toen al spijt had. Het parcours had ik verkend als
navigator maar nu moest ik rijden en mijn navigator bleef maar stil. Ik reed
maar op zicht tot op het moment dat ik een beslissing moest nemen om rechts of
links af te slaan. Iemand voor ons was al door het lint gereden, wat moet ik
doen?! Dan de stem
van Michel, “och wacht dan
een minuutje, dan komt de volgende en gaan we daar vlug achteraan”….. Toen toch
maar gegokt en gelukkig goed gekomen. In één van de volgende proeven kwam er
een dichte mist op, ik bleef rijden maar zag geen hand voor ogen. Michel worstelde met de notes en
riep plotseling: “einde mist links”…. Nou hier
kon ik het mee doen, eigenlijk kon ik me niet inhouden van het lachen. Maar
stilletjes verlangde ik toch terug naar mijn eigen vertrouwde navigator! In de
volgende rally van Achtmaal is het helaas dan ook fout afgelopen met dit
gelegenheidsduo. Na een lang recht stuk verstond ik van Michel zoiets als: “flat left”, (flauw links, een bocht die vol
in 5e versnelling genomen kan worden). Maar jammer genoeg bleek dit een haaks
links te zijn. Ik reed niet op zicht maar luisterde naar de notes. Wij zijn
toen letterlijk gelanceerd en met hoge snelheid een weiland in gevlogen en
geland in een greppel en tegen een boom. Michel mocht
een nachtje in het ziekenhuis verblijven en ik had een deuk in mijn ego
opgelopen. Je ziet dat een ongeluk in een klein hoekje zit. De volgende ochtend
werd bij hem thuis, samen met zijn protégee Jos Verstappen (welk ook de nodige ervaring in uitstapjes heeft), dit hachelijk avontuur omgezet in een sterk verhaal. Wij als rijder en navigator moeten natuurlijk zorgen voor voldoende financiën om onze sport te bedrijven.
Meerdere keren per jaar verzorgen we dan als “bergsteyn-motorsport”de technische ondersteuning in diverse klassieke kaartleesrally’s. Gemiddeld telt zo een evenement een 100 auto’s dus er is altijd genoeg werk aan de winkel. Op de spaarzame momenten, dat het even rustig is zijn wij dan ten dienste van de organisatie.
Zo moet er volgens het reglement diverse malen in het weekend een eigen radarcontrole worden gedaan. Nou ben ik altijd in voor nieuwe technische speeltjes en had ik mij een 220v-12v omvormer gekocht . Dit apparaat ziet er heel ingewikkeld uit in de vorm van een dikke aluminium cilinder met wat kabels en lampje.
In dat weekend deden wij de service in de “Coppa d’Europa” en op een middag in het Zwitsers-Duitse grensgebied kregen Leo en ik een melige bui. Midden in een prachtig stukje parcours met fraaie haarspeldbochten hadden wij onze service bus verdekt opgesteld.
Wij waren aan het wachten tot de “toppers” kwamen en ik liet Leo mijn nieuwe speeltje zien. Op dat moment kwam Mertens uit Weert met zijn prachtige en supersnelle Porsche op een hele nette snelheid de berg naar beneden. Ik leg de aluminium cilinder over mijn arm en roep tegen Leo, "kiek de kinds der ouch eine radarcontrole met doon!" (kijk je kunt er ook radar controle mee doen). Toen de Porsche aan mij voorbijreed riep ik heel hard, "veer hubbe um" (wij hebben hem) "schrijf op startnr….." en zo geschiedde het.
Mertens reed voorbij en bij de eerstvolgende mogelijkheid draaide hij terug. Zeer geïrriteerd kwam hij verhaal halen. Godver… dat je hier moet staan meten, doe dat in een dorp, enne zo hard reed ik niet! Gelijk blufte ik terug, nou dat zijn veel stafpunten, zonde, maar ja, eh je bent Limburger en wij zijn ook de beroerdste niet dus vanavond aan het diner zeg ik hoe veel het je kost. Hij vervolgde zijn weg.
Die avond voor het diner werd er links en rechts al gesproken over de onverwachte radarcontrole. Er werd wat gemopperd dat het niveau in de klassieke rally’s toch wel was gedaald. Dat uitgerekend de zoon van Man Bergsteyn met een laser-gun moest staan meten. Zijn vader zou zich voor hem schamen! Onze Mertens is bij aankomst meteen gaan kijken of er al strafpunten waren toegekend.
Tijdens het diner ben ik hem gaan opzoeken en even onder vier ogen meegedeeld dat we de laser resultaten nog moesten doorgeven aan de wedstrijdleiding en dat onze tafel één van de beste witte wijnen van de kaart dronk.......Zonder tegenspraak werd er dan ook een extra fles van aan onze tafel bezorgd.... Het volgende probleem was of en hoe wij hem moesten vertellen dat we hem hadden beetgenomen. Dat we het moesten opbiechten was duidelijk en de juiste mogelijkheid bood zich al snel aan.
Mertens had de volgende dag een kleine panne aan de Porsche, en wij als service boden direct assistentie en het euvel werd in no-time verholpen. Na de serviceklus is het de bedoeling dat de deelnemers een financiële bijdrage doen voor ons back-to-the-roots programma. De een z’n d..d is de ander zijn brood, nietwaar?!
Weer heb ik Mertens even apart genomen en hem met een beetje rood hoofd opgebiecht dat de reparatie een rondje van de zaak was en dat wij hem hadden belazerd met de laser-gun.
Hij kon onze eerlijkheid toch wel waarderen en mijn vader hoefde zich gelukkig niet te schamen!! Begin jaren
70 ging vader Man Bergsteyn weer deelnemen aan de
beroemde 24uurs race van Francorhamps. In deze tijd
was een autocoureur eerder een vent met karakter en doorzettingsvermogen dan
een getraind sport idool. Doping zal zeker bestaan hebben maar het idee dat
iets goed werkt was vaak belangrijker dan het resultaat hiervan. Het team uit
dat jaar bestond uit 3 Limburgers, op zich is dit vrij uniek. Vader Man,
Frans Lubin,uit Maastricht
en Jacques Cleutjens uit
Roermond. Als jonge
knul van een jaar of 8 was ik ook deze keer van de partij. Mijn opdracht was
weer, niet voor de voeten lopen en als pa iets nodig had ging ik hier voor zorgen. Pa Cleutjens was de teambaas en trachtte alles zo goed als het
ging onder controle te houden. De auto een dikke Ford Capri liep als een trein. Zijn zoon Jacques in die tijd een jonge kerel met veel talent had ook zo zijn mindere kanten. Voor iedere race of tijdtraining waren vader en zoon Cleutjens bloednerveus, het hele team had hier onder te
lijden. Voor vader Man was zo'n race weekend een
heerlijk weekend spelen en op maandag stond hij weer stralend te sleutelen in
zijn eigen garage. Natuurlijk is en was ook in die tijd goede voeding uiterst
belangrijk zeker met zulke zware inspanningen, maar ieder op zijn eigen manier. Plots werd
ik geroepen, Maurice! Ja pa? Ga mij eens een heerlijke hamburger en 2 warme cervolat halen en neem je zelf ook iets mee! Eenmaal
terug gekomen in “ons team” keek ik op naar de boze en afkeurende blik van team baas pa Cleutjens. Mijn vader
zat lekker in het zonnetje op een bankje te genieten van zijn sigaretje wachtend
op zijn doping. Foeterend kwam de teambaas verhaal halen, hoe het mogelijk was
dat hij zomaar een hamburger ging zitten eten en ook nog roken voor zo'n belangrijke race? Mijn vader ging hier gelukkig niet op
in maar deed waarvoor hij gekomen was en reed de snelste en constanste tijden van het team! Ik heb mij
altijd afgevraagd, wat als hij in die tijd red bull gedronken had In begin
jaren 80 was de autosport in opmars. Na vele jaren was er eindelijk weer eens
een formule 1 coureur, Jan Lammers. Ook de rallysport
werd weer populair. Vele jonge nieuwe amateurteams werden er gevormd. Anders dan bij voetbal, maar ook hiervoor moet worden
getraind. Tegenwoordig bestaat er voor elke sport wel een clinic,
maar in die tijd vertrok vanuit Berg en Terblijt regelmatig een groep richting zweden. Voordat er aan deze sneeuw en ijs
rallytraining werd deelgenomen werd er door Man Bergsteyn in de mergelgroeve van Terblijt een klassementsproef
uitgezet.
De training bestond uit voertuigbeheersing, driften en op de handrem de bocht
nemen. Als jonge knul van rond de 12 jaar was ik ook van de partij. Ik was nog
net op die leeftijd dat ik heilig geloofde dat wat mijn vader verkondigde ook
de waarheid was. Hier zou dan ook vlug een einde aan komen.
Als zoon van moest ik ook plaats nemen in een oude opel kadett die speciaal hiervoor was geprepareerd. Na een
korte en strenge instructie van Pa moest ik laten zien wat ik waard was. Het inmiddels toegestroomde publiek vond het geweldig om te zien
hoe dat manneke net tussen het stuur door kon kijken en alles redelijk onder
controle had.
Plotseling stond pa op mijn pad, stoppen gebaarde hij. "Enne?",
vroeg ik.
Dat had ik beter niet kunnen doen. "Enne? Het
ziet er niet uit, veel te vroeg remmen en die ene bocht kan veel harder!"
Tegenspreken zat er voor mij toen nog niet in en belangrijker nog, ik geloofde
hem, niet wetend dat ik eigenlijk een van de snelste cursisten was. Met een
nieuwe instructie ging ik weer op pad, nog later remmen, eerder op het
gaspedaal ging door mijn hoofd. Ik had het kunnen weten, mijn uitvoering klopte
precies met zijn instructie maar toch ging het mis.
In de slip, op zijn zij, over de kop, met een plof lag de auto stil. De auto
bleef op zijn zijkant liggen en ik wilde het wrak proberen te verlaten. Pa
riep: "Zitten blijven, niks aan de hand, even
recht duwen, kijken of het kadettje nog loopt en
rijden maar!" Ik snapte er niks meer van, hij was helemaal niet kwaad?
Deze manoeuvre bleek bij de rally les te horen. Toen ik na een paar rondjes weer voorbij kwam liet hij mij
stoppen en zei hij: "Zo nu weet je ook wat over de kop gaan is!" Het begin
van een (auto)sport carrière is voor de meeste niet gemakkelijk. Mijn problemen
bestonden eruit de juiste mensen om me heen te vinden die me wilden helpen. Ik
heb het nog niet eens over coaches of trainers maar gewoon over iemand met een
rijbewijs en die het er voor over had om met mij naar een kartbaan te gaan. Sleutelen kon ik zelf wel maar ze moesten me ook kunnen aanduwen. Als
ik vaak om me heen keek zag ik overal de vaders met hun zoon de skelter
klaarmaken. De moeders zorgden voor de lunch in campers en tenten, wat zeer luxe en professioneel uitzag. Talent was er ook. Jos Verstappen begon toen net op
zeer jonge leeftijd voor dezelfde skelter-bond als
waar ik ook voor reed. Ieder jong manneke om me heen kon je ook vragen wat ze
later wilden worden: formule-1 coureur natuurlijk.
Nou zo natuurlijk was dat niet, althans voor mij. Ik zelf wilde graag rallyrijden net als mijn vader. Rijden in het donker op sneeuw en ijs dat was voor
mij een uitdaging. Zijn avonturen over de rally Monte Carlo, de rally van Indonesië of zelfs Canada, daar
kon ik uren naar luisteren. Het grote geluk was dat mijn doelstelling veel
reëler was dan de droom van al die anderen. Het is mij uiteindelijk gelukt om
toch een mooie autosport-carrière op te bouwen. Voor
een groot deel denk ik ook te weten hoe het komt dat ik mijn doel bereikt heb.
Druk van het thuisfront heb ik nooit gehad. Maar ik heb er wel zelf voor moeten
vechten Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat ik de lat voor mijzelf niet hoog
genoeg gelegd heb. Het probleem dat je tegenwoordig bij alle sporten ziet is
dat de ouders denken dat hun kind de nieuwe Michael Schumacher of Marco van Basten
is.
Ik begon met karten toen ik een jaar of 14 was. Maar
tegenwoordig is een begin in de kartsport vanaf 6
jaar meer regel dan uitzondering. Ze vergeten dat je kinderen hun kindertijd
moet laten beleven zoals het hoort. Sporten is OK, maar de ouders mogen zelf nooit enthousiaster worden
dan hun kinderen. Een goede
autocoureur moet op alle ondergronden en in alle omstandigheden goed uit de
voeten kunnen. Een van de disciplines van rally bestaat uit het rijden op
sneeuw en ijs. Na een aantal jaren mee te draaien in de Nederlandse rally top,
vond ook ik dat het tijd was om mijn grenzen te verleggen. Om het juiste gevoel
te krijgen gingen wij samen met een groep rally rijders naar het koude Finland.
Niet met een vliegtuig maar gewoon over de weg met een dikke Opel Omega
Met
een buitentemperatuur van ongeveer –20 gingen wij dezelfde dag nog een paar
honderd kilometer noordelijker richting poolcirkel.
Op de autobaan net buiten Helsinki kregen wij al onze eerste les. Zout strooien
bij deze extreme kou heeft geen enkel effect en in gevaarlijke bochten wordt
hooguit wat zand gegooid. Wij hadden ons goed voorbereid en onze auto’s waren
dan ook uitgerust met spijkerbanden.
Op dit ijs reden wij met een snelheid van meer dan 140km p uur, waardoor je in
Nederland al voor crimineel zou worden uitgemaakt.
Maar wat schetst onze verbazing, achter ons plotseling lichtsignalen, wat was dit? Het was net alsof wij voorop reden in de file.
Diverse oma's in een dikke Mercedes of Volvo met boodschappen op de achterbank, flitsten ons
voorbij. Een beetje beduusd hebben we maar een plaspauze ingelast (binnen wel
te verstaan). De volgende ochtend vertrokken we naar een voor ons sneeuwvrij gemaakt meer.
Hier konden wij ons eindelijk naar hartelust uitleven. Als je zelf in de fout
ging werd je bestraft met een half uurtje sneeuw scheppen, meer kon er
eigenlijk niet gebeuren. Tot wij plotseling met onze
Voor een fles drank heeft de trekker ons weer vlot
getrokken en heb ik me net als bij de wintersport nooit meer buiten de paden begeven! In de middag na schooltijd hadden de kinderen uit
het dorp ons geschoten. Het is duidelijk dat in Scandinavië de gemotoriseerde
sporten populairder zijn dan voetbal. En plotseling kwamen de jongere uitgaven
van een Tommie Makinen en Mika Hakinnen aangereden om ons
een demonstratie ijsrijden te geven. Ze waren
ongeveer een 10 tot 12 jaar maar het moge duidelijk zijn dat hier de kampioenen
van morgen vandaan komen. Wij moesten in ieder geval nog veel leren! Voor velen
is het begrip racen bekend, maar bij auto rally wordt steeds een ander stuk
parcours gereden op een afgesloten stukje weg. Tussen de klassementsproeven in
moet een deelnemer aan de rally zich dan als gewone weggebruiker gedragen en
alle verkeersregels respecteren. Deze klassementsproeven worden verreden op
verharde of onverharde ondergrond, in het donker of op sneeuw en ijs.
Kennis is macht, zo ook de voorkennis van het parcours. Wie niet sterk is moet
slim zijn. Zo moesten we deelnemen aan de beroemde Tulpenrally welke in begin
jaren 90 verreden werd in en rondom Barneveld. Wij
als Limburgers weten de weg tot en met de Belgische Ardennen toe.
Maar daar bij de tulpenrally waren we in het nadeel. Als team gingen wij zelden
of nooit overnachten in een hotel maar wij kozen altijd voor een verblijf in
een kampeerboerderij of vakantiebungalow. Voor de tulpenrally zaten we in een
boerderij net buiten het dorp. Bij boer en boerin. Gastvrij dat ze waren! Wij
mochten onze rallybolide zelfs parkeren onder een schamel afdak waar zijn
trekker normaal onderstond. Nou hier bedankten wij voor. Liever onder de volle
hemel, was wel veiliger. Behalve veel eitjes hield de boer ook wel van een
drankje. In de avond was het in de keuken een spektakel van jewelste: boer zat
samen met de plaatselijke boswachter flink te buizen. Na wat grapjes over onze
Limburgse afkomst vertelden we van onze achterstand van de parcourskennis.
Nou dat moet toch geen probleem wezen, dan moet ie gewoon even mien auto nemen! Ik keek even mijn co
piloot aan en dacht, dit laat ik me geen twee keer zeggen. Om alles een beetje geloofwaardig te laten overkomen trokken we ook zijn echte boswachtersjas aan, compleet met hoed en al. We vertrokken
in een echte groene Renault 4, staatsbosbeheer
uitvoering. Onderweg was er natuurlijk controle of de regel voor het parcours
niet te verkennen wel strikt werd na geleefd. Vriendelijk groetend zijn wij
alle controleurs voorbijgereden met als resultaat dat wij misschien meer
plezier hebben beleefd aan het verkennen van het parcours dan aan de rally zelf. Om in de
autosport te beginnen kun je tegenwoordig aan diverse talentenjachten meedoen,
maar een 23 jaar geleden was daar nog geen sprake van. Van mijn zuur verdiende
vakantiegeld van het klussen in het bedrijf van mijn ouders, ging ik met mijn
vader op pad om een gebruikte race-skelter (kart) te
kopen. Vijftienhonderd moest hij kosten en hier werd ook geen stuiver van pa
bijgelegd. Na een paar rondjes proberen op een buitenkartbaan in Verviers wist ik het zeker: dit wilde ik. Mijn
spaarvarken moest er aan geloven en ik wist waar ik aan begon, maar nooit waar
het zou eindigen.
Om mijn krachten te kunnen meten met anderen ging ik maar eens uitzoeken hoe en
waar ik met mijn kart aan wedstrijden kon meedoen.
Er was net een nieuwe kartbaan in Genk geopend en
daar vonden dan ook mijn eerste wedstrijden plaats. Succes had ik niet want met
mijn materiaal, van al de nodige jaren oud, kon ik niet meekomen. Zo ook de
techniek, deze liet mij ook regelmatig in de steek. Net op een moment dat het
voorspoedig leek te gaan in een regenrace, stond ik weer stil.
Shit, even driftig als ik ben, gooide ik mijn helm op de grond, stampte tegen
mijn kart. Dit had ik beter niet kunnen doen, want op dat moment kwam vader met
grote passen op mij af.In Noorwegen is het koud
Eerste auto
Einde mist links
Laser-Fun
Francorchamps
Rallycursus
Fanatieke papa's
Rally lessen in
Parcours verkennen
Karting
